Epicondylitis

Als de elleboog pijn doet

 

Hier leggen we het ontstaan, de oorzaken, symptomen en behandelingsmogelijkheden van epicondylitis uit.

 

Wat is epicondylitis?

Epicondylitis - ook wel epicondylopathie, epicondylose of epicondyalgie genoemd - beschrijft een pijnlijke irritatie van de peesaanhechting aan een of beide benige uitsteeksels (epicondylen) aan het ondereinde van het bovenarmbot (humerus). Deze epicondylen zijn aan de binnen- en buitenzijde van de elleboog gelegen. De spieren in de onderarm zijn hierbij betrokken. Deze aandoening wordt meestal veroorzaakt door ernstige eenzijdige belasting of een slechte lichaamshouding.

In de volksmond wordt een epicondylitis (aan de buitenzijde van de elleboog) vaak een tennisarm of tenniselleboog genoemd en noemt men een epicondylitis (aan de binnenzijde van de elleboog) een golfersarm of golferselleboog. Wat kan misleidend zijn, omdat naast sporters, juist professionele chauffeurs, kantoormedewerkers (muisarm), musici en ambachtslieden vaak getroffen worden. Gelukkig zijn er manieren om een peesontsteking (tendinitis) te voorkomen en effectief te behandelen.

 

Niet alleen sportbeoefenaars die met een racket of club slaan, kunnen een epicondylitis ontwikkelen.

 

 

Oorzaken

Over het algemeen wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten epicondylitis: 

  • bij de tennisarm / tenniselleboog is er sprake van overbelasting van de strekspieren (extensoren) in de onderarm. De peesaanhechting van deze spieren zijn op het benige uitsteeksel (epicondylus) aan de buitenzijde van de onderkant van het bovenarmbot te vinden (epicondylitis lateralis humeri / epicondylitis radialis humeri). De uitgang -itis geeft aan dat er een ontsteking plaatsvindt.

 

  • bij de golfersarm / golferselleboog zijn juist de buig- of grijpspieren (flexoren) in de onderarm overbelast. De peesaanhechting van deze spieren zijn op het benige uitsteeksel (epicondylus) aan de binnenzijde van de onderkant van het bovenarmbot te vinden (epicondylitis medialis humeri / epicondylitis ulnaris humeri). De uitgang -itis geeft ook hier weer aan dat er een ontsteking plaatsvindt.

 

Mogelijke triggers voor de pijnlijke peesirritatie zijn onjuiste belastingen en overbelastingen van de onderarmspieren – nauwkeuriger gezegd: voortdurende schokken en trillingen veroorzaakt door monotone, zich herhalende arm- en handbewegingen. Deze vorm van overbelasting veroorzaakt minimale scheurtjes in de peesaanhechting op de benige uitsteeksels (epicondylen), die op hun beurt weer leiden tot een ontstekingsreactie aldaar (epicondylitis).

Ongetrainde spieren (musculatuur) en verkeerde sporttechnieken kunnen een verkeerde belasting of overbelasting bevorderen. Herhalende bewegingen in het ellebooggewricht kunnen in sommige beroepsgroepen niet vermeden worden. Daarom is het nog belangrijker om in een vroeg stadium over geschikte preventieve maatregelen na te denken. 
 

 

Symptomen

De plaats van de peesaanhechting van de onderarmspieren doet al pijn als men met de hand lichte druk op de elleboog uitoefent. Soms is het bovenste deel van de onderarmspieren ook zichtbaar opgezwollen en de huid roodgekleurd. Het rekken en slingeren van de arm veroorzaakt bewegingspijn.

Betroffen patiënten hebben moeite om de hand tot een vuist te kunnen maken. Het polsgewricht is over het algemeen verzwakt: bij een uitgesproken ontsteking is het vastschroeven van een dop op een fles is nauwelijks mogelijk, net als het gebruik van een schroevendraaier of het bespelen van een viool. De opgewekte pijn blijft niet alleen beperkt tot het gebied van de elleboog, maar straalt gewoonlijk ook uit naar zowel de boven- en onderarm als de pols.

 

 

Diagnose

Artsen controleren bij een stekende pijn in de elleboog allereerst of er drukpijn is op de betreffende epicondylus (aan de binnen- of buitenzijde van de elleboog). Bovendien worden zogenaamde provocatietests uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld: 

 

  • het strekken van de hand vanuit de pols (polsextensie) tegen weerstand 
  • hand- en vingerflexie (strekpijn)
  • een stoel optillen (stoelentest)
  • het ballen van een vuist


Om een hernia of een beknelde zenuw uit te kunnen sluiten, wordt de wervelkolom in het halsgebied (cervicale wervelkolom) vaak onderzocht. Of er echt van een epicondylitis sprake is, kan met behulp van een röntgenfoto, echografie of MRI duidelijk worden aangetoond of uitgesloten.

Hand- en armbewegingen creëren spiertrillingen (oscillaties) die de peesaanhechting op de benige uitsteeksels in de elleboog kunnen irriteren.

Preventie

In het beste geval vermijdt men de pijn-inducerende beweging. Dit betekent: verminder of vermijdt herhalende, eenzijdige armbewegingen en voorkom zo het overbelasten van het ellebooggewricht in het dagelijkse leven, werk en sport. Maar helaas is dat niet altijd mogelijk.

Om verkeerde belastingen te voorkomen, is het raadzaam om ergonomisch aangepaste gereedschappen en een ergonomisch correcte werkplek (bv. bureau en stoel) te gebruiken en daarnaast foutieve bewegingspatronen te corrigeren.

Kleine pauzes met rek- , strek- en spieren losmakende oefeningen helpen ook om het optreden van deze pijnlijke aandoening te voorkomen. Een milde epicondylitis geneest vaak zonder behandeling als de arm een tijdje wordt gespaard en de pijnlijke beweging wordt vermeden.

 

Externe ontlasting

Bandages kunnen spierspanning en de spanning bij de peesaanhechtingen verminderen.

Of ze nu profylactisch- of in acute situaties gedragen worden - de meeste hulpmiddelen ontlasten de elleboog door de trekrichting van de pees te veranderen. Voor dit doel oefenen siliconen pelottes gerichte druk op de peesaanhechting uit. Een alternatief werkingsprincipe wordt geboden door de Dynamics Plus Epicondylitis Bandage , waarvan zijn therapeutische werkzaamheid tegen de oorzaken van de aandoening wetenschappelijk bewezen is.

Een gelpelotte met een groot oppervlak zorgt voor gerichte ontlasting van de peesaanhechtingen aan de elleboog. Voor dit doel ligt de Plus gelpelotte als een dempingslichaam op de onderarmspieren. Het absorbeert de door hand- en vingerbewegingen veroorzaakte schokken en trillingen (oscillaties). Hierdoor worden de elastische krachten op de elleboog verminderd, zodat de peesaanhechtingen aan de mediale epicondylus (golfers-elleboog) en de laterale epicondylus (tennis-elleboog) kunnen herstellen (regenereren).

Ontlast uw pezen!

Niet-operative behandeling

Om met een effectieve therapie te kunnen starten, moet de aangedane arm eerst worden geïmmobiliseerd. Ontlasting is essentieel voor herstel. Zodra de patiënt niet langer hevige pijn tijdens beweging ervaart, kan fysiotherapie worden gestart om specifiek de armspieren te strekken (uit te rekken) en te versterken.

Voor diegenen die bijvoorbeeld vanwege hun werk altijd in beweging zijn, is het raadzaam om een epicondylitis bandage te dragen. Door doelgerichte druk, die individueel kan worden geregeld, wordt de trekrichting van de pezen veranderd en het ellebooggewricht ontlast.

Acute pijn kan worden verlicht door behandelingen met koude kompressen en ontstekingsremmende geneesmiddelen. Andere behandelingsopties omvatten bijvoorbeeld het gebruik van echografie, botox, stimulatiestroom of een schokgolftherapie.

Voor actieve patiënten, die willen blijven sporten, is een alternatieve werkingswijze ontwikkeld die toepassing vindt in het Dynamics Plus Epicondylitisbandage . Een groot gelkussen dempt de spiertrillingen in de onderarm. Door schokken en trillingen te absorberen, wordt de stimulusoverdracht geremd, de peesaanhechting wordt dus minder geprikkeld, waardoor de ontsteking sneller kan genezen.

 
  


Chirurgie en nazorg

Als alle conventionele therapieën zijn uitgeput en de toestand van de patiënt niet binnen zes maanden verbetert, kan een operatie overwogen worden. Of een chirurgische interventie echt noodzakelijk is, beslist de arts.

De operatie met een laag risico wordt poliklinisch uitgevoerd en duurt ongeveer 40 minuten. Een huidincisie aan de buitenkant van de elleboog stelt het ontstoken peesweefsel bloot, wat vervolgens verwijderd wordt. Dit vermindert de spanning op de peesaanhechting. In sommige gevallen wordt ook een klein stukje bot verwijderd. Gedeeltelijk worden zenuwvezels gescheiden om pijnoverdracht te voorkomen.

Na de operatie moet de arm ongeveer twee weken volledig worden geïmmobiliseerd. Dit wordt gevolgd door fysiotherapie. Totdat de patiënt de arm weer pijnloos kan bewegen, duurt het gewoonlijk vier tot zes weken. Daarna wordt het dragen van een bandage bij zware belasting als voorzorgsmaatregel aanbevolen.

  


De volgende producten kunnen verlichting brengen:

 

Onze website maakt gebruik van cookies. Als u de website blijft gebruiken, gaat u hiermee akkoord.

Meer te weten komenOK